Nederlanders gaan minder vaak uit eten.
Nederlanders gaan minder vaak uit eten, maar als ze wél gaan, geven ze juist meer uit. Dat is de belangrijkste conclusie uit de eerste FSIN FoodPulse, de nieuwe kwartaalmonitor van het FoodService Instituut Nederland (FSIN). Voor horecaondernemers is dat misschien minder slecht nieuws dan het op het eerste gezicht lijkt. De uitdaging zit namelijk niet in de besteding per gast, maar in het overtuigen van mensen om überhaupt de deur uit te gaan.
Minder bezoeken, hogere rekening
Volgens de FSIN FoodPulse lagen de totale bestedingen aan eten en drinken buitenshuis in het tweede kwartaal van 2026 2,1% lager dan een jaar eerder. Die daling wordt volledig veroorzaakt doordat consumenten minder vaak een horecazaak bezoeken. De bezoekfrequentie daalde met 3,8%. Opvallend is dat gasten die wél komen gemiddeld 1,8% meer uitgeven dan vorig jaar.
Dat bevestigt een ontwikkeling die veel ondernemers waarschijnlijk herkennen: het spontane kopje koffie of doordeweekse etentje wordt vaker overgeslagen, maar voor een avond uit, een verjaardag of een bijzondere lunch zijn consumenten nog steeds bereid geld uit te geven.
Uit eten wordt een bewuste keuze
Het onderzoek laat zien dat prijs een steeds grotere rol speelt. Maar liefst 65,5% van de Nederlanders vindt uit eten inmiddels te duur. Tegelijkertijd daalde het aandeel consumenten dat tevreden is over de prijs-kwaliteitverhouding van 38,5% naar 34,1%. Daardoor verandert ook de reden waarom mensen de horeca bezoeken.
Volgens het FSIN wordt een restaurant-, café- of terrasbezoek steeds vaker gepland als sociale activiteit, een bijzondere gelegenheid of omdat het echt iets toevoegt ten opzichte van thuis eten. De impuls om "even snel buiten de deur te eten" neemt juist af. Consumenten ervaren bovendien minder tijdsdruk dan een jaar geleden en plannen hun boodschappen en maaltijden bewuster.
Niet alleen een prijsvraagstuk
Het is verleidelijk om deze cijfers vooral te zien als een signaal dat de horeca te duur is geworden. Toch ligt de werkelijkheid genuanceerder. Het onderzoek laat juist zien dat consumenten nog steeds bereid zijn geld uit te geven. Ze doen dat alleen selectiever.
FSIN-directeur Patrick Bramer vat het als volgt samen: ondernemers die een bezoek écht de moeite waard maken, houden gasten die daar ook voor willen betalen. Dat betekent dat onderscheidend vermogen belangrijker wordt dan ooit.
Wat kun je als horecaondernemer doen?
De cijfers laten zien dat het waarschijnlijk weinig oplevert om alleen op prijs te concurreren. Veel effectiever is het om duidelijk te maken waarom een bezoek aan jouw zaak de moeite waard is.
Een aantal praktische kansen:
- Maak van een bezoek een beleving. Denk aan verrassende gerechten, persoonlijke service, een gezellige sfeer of een evenement dat gasten thuis niet kunnen ervaren.
- Laat duidelijk zien wat de gast krijgt voor zijn geld. Transparantie over kwaliteit, herkomst van producten of vakmanschap helpt de prijs beter te rechtvaardigen.
- Verlaag de drempel voor een eerste bezoek. Bijvoorbeeld met een aantrekkelijke lunchkaart, een vroeg diner, een proefmenu of een arrangement.
- Beloon terugkerende gasten. Loyaliteitsacties of persoonlijke aandacht kunnen helpen om de bezoekfrequentie te verhogen.
- Zorg dat je online overtuigt. Als mensen bewuster kiezen, wordt de eerste indruk via Google, social media en reviews belangrijker. Goede foto's, actuele informatie en positieve beoordelingen kunnen het verschil maken.
Selectiever, maar niet zuiniger
De eerste editie van de FSIN FoodPulse schetst geen consument die massaal afhaakt, maar wel een consument die kritischer kiest.
Voor horecaondernemers betekent dat dat elke reservering waardevoller wordt. Wie erin slaagt gasten een ervaring te bieden die verder gaat dan alleen eten of drinken, heeft nog altijd goede kansen. Want ondanks de lagere bezoekfrequentie laat het onderzoek zien dat Nederlanders nog steeds bereid zijn daarvoor te betalen.
Bron
Dit artikel is gebaseerd op de FSIN FoodPulse Q2 2026, een representatief consumentenonderzoek onder 1.560 Nederlanders van 18 tot 80 jaar, uitgevoerd door het FoodService Instituut Nederland (FSIN) en onderzoeksbureau Q&A.








