Horecaterras en bezoekers in het centrum van Amsterdam

Wat betekent de stijgende toeristenbelasting voor de horeca?

Provided by: Default profile imageHorecava

Toeristenbelasting wordt vaak gepresenteerd als een logische maatregel: bezoekers dragen bij aan de kosten en voorzieningen in een gemeente en gemeenten krijgen extra inkomsten om bijvoorbeeld openbare voorzieningen te onderhouden. Op papier klinkt dat als een redelijk systeem, maar in de praktijk groeit de discussie. De opbrengsten uit toeristenbelasting nemen toe en tegelijkertijd lopen de kosten van een verblijf in Nederland verder op. Hoewel de belasting uiteindelijk aan de bezoeker kan worden doorberekend, kunnen de gevolgen verder reiken dan alleen de hotelkamer. Wat betekent de stijgende toeristenbelasting voor hotels én de horeca daaromheen?

Opbrengsten uit toeristenbelasting stijgen verder

Hoeveel toeristenbelasting een bezoeker betaalt, verschilt per gemeente. Gemeenten bepalen zelf of zij toeristenbelasting heffen en hoe hoog het tarief is. Dat kan bijvoorbeeld een vast bedrag per persoon per nacht zijn, maar ook een percentage van de overnachtingsprijs.

Dat de inkomsten uit toeristenbelasting toenemen, is duidelijk. Nederlandse gemeenten verwachten in 2026 gezamenlijk 654 miljoen euro aan toeristenbelasting te ontvangen. Dat is 9% meer dan in 2025, toen gemeenten 600 miljoen euro begrootten. Buiten Amsterdam stijgt de verwachte opbrengst gemiddeld zelfs met 13,2%. Dat komt niet alleen door hogere tarieven, maar ook doordat sommige gemeenten toeristenbelasting nieuw invoeren of de groep waarover belasting wordt geheven uitbreiden.

De rekening stopt niet bij de hotelkamer

Het idee dat toeristenbelasting alleen invloed heeft op de overnachting houdt steeds minder stand. Zeker in toeristische steden zijn hotels, restaurants, cafés, winkels en attracties sterk met elkaar verbonden. Wanneer de totale kosten van een verblijf stijgen, kan dat invloed hebben op de manier waarop bezoekers hun budget verdelen.

Dat toerisme belangrijk is voor de horeca blijkt ook uit het Koopstromenonderzoek detailhandel en horeca Randstad 2025. Gemiddeld is 41% van de horecaomzet in de Randstad afkomstig van toeristen. In Amsterdam komt zelfs bijna 1,9 miljard euro aan horecaomzet van bezoekers van buiten de stad.

Een verandering in het aantal bezoekers of hun bestedingsruimte raakt daardoor mogelijk niet alleen hotels. Ook restaurants, cafés en andere horecazaken kunnen de gevolgen merken wanneer bezoekers kritischer naar de totale kosten van hun verblijf kijken.

Van aantrekkingskracht naar prijsdruk

Steden investeren volop in hun aantrekkingskracht, waarbij horeca een centrale rol speelt. Juist restaurants, cafés en bars bepalen immers mede hoe een stad wordt beleefd en hoe aantrekkelijk een verblijf uiteindelijk voelt. Maar als de totale kosten voor een stedentrip blijven stijgen, kan ook de afweging van gasten veranderen.

Prijs en de verhouding tussen prijs en kwaliteit spelen sowieso een belangrijke rol. Uit het Trendreport Horecava 2026 blijkt dat reizigers kritischer kijken naar wat ze uitgeven en meer op zoek zijn naar waar voor hun geld. Hogere prijzen kunnen ertoe leiden dat reizigers bijvoorbeeld kiezen voor een goedkoper verblijf, hun vakantie inkorten of besparen op activiteiten en horeca.

Daar komt bij dat niet alleen de toeristenbelasting is veranderd. Sinds 1 januari 2026 is ook het btw-tarief op hotelovernachtingen verhoogd van 9% naar 21%. Voor hotels betekent dit een stapeling van kosten die de prijs van een verblijf in Nederland verder onder druk kan zetten.

Grote verschillen tussen gemeenten

Een terugkerend punt in de discussie is dat toeristenbelasting lokaal wordt bepaald, terwijl toerisme per stad, regio en doelgroep sterk verschilt. Gemeenten zijn vrij om zelf te bepalen óf zij toeristenbelasting heffen en hoe zij het tarief berekenen.

Daardoor kunnen de verschillen tussen bestemmingen groot zijn. Voor hotelondernemers betekent dit dat de locatie van een accommodatie mede bepaalt hoeveel belasting een gast boven op de overnachtingsprijs betaalt.

Voor de bredere horeca betekent het dat ondernemers geconfronteerd kunnen worden met gevolgen van beleidskeuzes waar ze zelf geen directe invloed op hebben. Zeker op bestemmingen die sterk afhankelijk zijn van bezoekers van buiten de eigen gemeente kan de discussie over de hoogte van toeristenbelasting daarom verder gaan dan alleen de hotelsector.

Horeca als indirect belanghebbende

Formeel krijgt de eigenaar van een verblijfplaats de belastingaanslag en mag deze de toeristenbelasting doorberekenen aan de gast. Een restaurant of café draagt de toeristenbelasting dus niet af.

Toch heeft de horeca wel degelijk belang bij de discussie. Als hogere verblijfskosten invloed hebben op de keuze voor een bestemming, de verblijfsduur of het beschikbare vakantiebudget, kan dat uiteindelijk ook effect hebben op de bestedingen buiten het hotel.

Hoe groot dat effect specifiek door toeristenbelasting is, laat zich niet eenvoudig vaststellen. De prijs van een verblijf wordt immers door veel meer factoren bepaald. Wel maakt het grote aandeel van toeristen in de horecaomzet duidelijk dat ontwikkelingen binnen het verblijfstoerisme en de horeca nauw met elkaar verbonden zijn.

Aanpassen wordt belangrijker dan afwachten

Voor horecaondernemers ligt de oplossing niet alleen in het beïnvloeden van beleid, maar ook in het inspelen op veranderend consumentengedrag. Dat begint bij het versterken van de waardeperceptie. Gasten die kritisch kijken naar hun uitgaven, willen weten wat zij voor hun geld krijgen.

Duidelijkheid, kwaliteit en beleving worden daarmee steeds belangrijker. Tegelijkertijd kan het interessant zijn om minder afhankelijk te zijn van één doelgroep. Ondernemers die naast toeristen ook lokale gasten weten aan te spreken, bouwen meer spreiding in hun omzet op.

Daarnaast verschuift de focus steeds vaker van alleen volume naar waarde. Ondernemers kunnen bijvoorbeeld kijken naar slimme arrangementen, upselling of duidelijke keuzes op de kaart die voor de gast waarde toevoegen én bijdragen aan een gezonde besteding per gast.

In een markt waarin prijs en waarde steeds kritischer worden afgewogen, maakt onderscheid uiteindelijk het verschil. Horeca die duidelijk laat zien waar zij voor staat en een ervaring biedt die verder gaat dan alleen het product, blijft aantrekkelijk. Ook wanneer de totale kosten van een bezoek oplopen.

Meer dan een financiële maatregel

De discussie rondom toeristenbelasting gaat uiteindelijk over meer dan alleen inkomsten voor gemeenten. Het raakt aan de balans tussen toegankelijkheid, aantrekkingskracht, leefbaarheid en ondernemerschap.

De cijfers laten zien dat het financiële belang ondertussen aanzienlijk is. Gemeenten begroten voor 2026 gezamenlijk 654 miljoen euro aan toeristenbelasting. Tegelijkertijd laat het grote aandeel van toeristen in de horecaomzet zien dat toerisme en horeca economisch sterk met elkaar verweven zijn.

Voor de horeca is het daarom belangrijk om onderdeel te blijven van het gesprek. Niet alleen als sector die profiteert van toerisme, maar ook als sector die de gevolgen kan ervaren wanneer de kosten en aantrekkelijkheid van een bestemming veranderen. Want hoe een stad of regio wordt ervaren, wordt niet alleen bepaald door wat een bezoek kost, maar vooral door wat het oplevert.